Procedurele beperkingen (bij verkrijgen van compensatie van verzekeraars)

Print deze pagina
De collectieve actie zoals deze bestaat in het Nederlandse recht kent een aantal procedurele beperkingen. Vanwege die beperkingen zijn de meeste klanten vaak beter af met een collectieve schikking dan met het uitprocederen van de zaak voor de rechter. Hieronder geven wij een overzicht van de belangrijkste beperkingen en de praktische gevolgen die dit heeft.

1. Eis van ‘gelijksoortige belangen’

De rechter is alleen bereid om een collectieve actie in behandeling te nemen (‘ontvankelijk te verklaren’) als sprake is van ‘gelijksoortige belangen’. Dat betekent dat de claims van de consumenten voor wie collectieve actie wordt gevoerd, voldoende overlap moeten hebben. Het probleem met beleggingsverzekeringen is nu juist de enorme diversiteit van aanbieders, producten en klantgroepen, de verschillen in informatieverstrekking en de voortdurende ontwikkeling van regelgeving. Een stichting probeert in dit geval via een proefproces toch een aantal principiële uitspraken te krijgen van de rechter, met de bedoeling om op basis daarvan alsnog in overleg te gaan over een schikking. Vaak wil een partij dan wel praten. De verzekeraar kan zich echter ook op het standpunt stellen dat er te veel verschillen zijn tussen de producten en om die reden weigeren om klanten met een ander product te compenseren. Dit betekent dat dan mogelijk per product een aparte procedure moet worden gevoerd. Zelfs grote consumentenorganisaties hebben te weinig middelen om dit te realiseren. Dit betekent dat via procedures uiteindelijk maar een beperkt aantal gedupeerden kan worden geholpen.

2. De vordering moet zijn gebaseerd op algemene grondslagen

Een andere beperking is dat de vorderingen gebaseerd moeten zijn op grondslagen die gelden voor alle klanten met het betreffende product. Een goed voorbeeld van een algemene grondslag is misleidende reclame of overtreding van wettelijke bepalingen. Andere grondslagen, zoals vernietiging wegens dwaling, of schending van de zorgplicht, zijn zozeer verweven met de persoon en de omstandigheden van de individuele klant, dat dit in een collectieve actie moeilijk is vast te stellen. Individuele klanten moeten dan zelf naar de rechter, al dan niet gesteund door een belangenorganisatie, in de hoop dat bij een aantal gewonnen zaken de verzekeraar alsnog overstag gaat en iedereen compenseert. Dit valt echter niet via de rechter af te dwingen.

3. De rechter kan géén collectieve schadevergoeding opleggen

Ook is het zo dat in een collectieve actie géén schadevergoeding in geld kan worden gevorderd. Als een klant schadevergoeding wil krijgen, kan dit maar op twee manieren: of via een schikking, of hij moet zelf naar de rechter om een uitspraak te krijgen over zijn zaak. In een groot aantal gevallen is het financiële belang te klein om hiervoor individueel naar de rechter te gaan, mede gelet op de hieraan verbonden kosten. Een collectieve schikking is voor deze grote groep klanten de enige praktische manier om in ieder geval een deel van hun schade vergoed te krijgen.

4. Lange duur van een procedure

De financiële belangen van een collectieve actie zijn voor de verzekeraar zeer groot. Een verzekeraar zal betaling van schadevergoeding zo lang mogelijk willen uitstellen door alle procedurele mogelijkheden tot vertraging te benutten. Een procedure bij de rechtbank kan hierdoor in dit soort grote zaken gemakkelijk drie jaar of langer duren. Daarna kunnen de partijen nog in hoger beroep en cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad kan de zaak hierna weer terug verwijzen naar het Hof, en vervolgens kan er wéér cassatie volgen. De totale procedure kan hierdoor gemakkelijk zeven tot tien jaar duren. De meeste klanten zullen niet zo lang in onzekerheid willen zitten over hun rechtspositie.