ALGEMENE INFORMATIE

Print deze pagina
Algemene informatie over de 'Woekerpolis Affaire'

Op deze pagina informeren wij u over de Woekerpolis Affaire. Hierin wordt ingegaan op veel gestelde vragen van polishouders:

  1. Wat is een woekerpolis?
  2. Wat is een beleggingsverzekering?
  3. Welke soorten beleggingsverzekeringen zijn er?
  4. Hoeveel beleggingsverzekeringen zijn er verkocht?
  5. Heb ik ook een probleem met mijn polis?
  6. Wat is er nu allemaal mis met beleggingsverzekeringen?
  7. Hoe is de Woekerpolis Affaire gestart?
  8. Voorkom verjaring
1. Wat is een 'woekerpolis'?

Een ‘woekerpolis’ is een andere naam voor een beleggingsverzekering. Deze naam is bedacht door het TV programma Tros Radar. Het woord is daarna vrij algemeen overgenomen door de media en het publiek. Met ‘woekerpolis’ bedoelt men te zeggen dat verzekeraars aanzienlijke kosten inhouden waardoor het netto rendement van de polis sterk kan dalen. Wij gebruiken in dit artikel verder de term ‘beleggingsverzekeringen’. Hiermee wordt hetzelfde bedoeld.

2. Wat is een beleggingsverzekering?

Een beleggingsverzekering is een complex financieel product dat wordt gezien als een levensverzekering. Het product bestaat in de eerste plaats uit een belegging in effecten (meestal beleggingsfondsen), waarmee een kapitaal wordt opgebouwd. Daarnaast is sprake van een overlijdensrisicoverzekering. Dat wil zeggen dat de begunstigde van de polis een uitkering ontvangt bij het overlijden van de verzekerde. De hoogte van deze uitkering staat bij een beleggingsverzekering echter niet vast, maar hangt af van de waarde van de beleggingen. Hiermee verschilt een beleggingsverzekering dus wezenlijk van andere levensverzekeringen, waar de hoogte van de uitkering wél van tevoren vast staat. Waar andere levensverzekeringen zijn gericht op het bieden van zekerheid, biedt de beleggingsverzekering juist onzekerheid. In de meeste gevallen gaat het de klant helemaal niet om de uitkering bij overlijden, maar juist om het opbouwen van een kapitaal bij leven waarover hij dan kan beschikken. De verzekeringsdekking is meestal secundair



3. Welke soorten beleggingsverzekeringen zijn er?

Er zijn 2 soorten beleggingsverzekeringen: kapitaalverzekeringen en lijfrenteverzekeringen. Bij kapitaalverzekeringen heeft u het recht om onder bepaalde voorwaarden uit het opgebouwde kapitaal op te nemen. Meestal wordt gespaard voor een doel in de toekomst, bijvoorbeeld de studie van uw kinderen, het maken van een reis of sparen voor later. Veel kapitaalverzekeringen zijn dan ook verkocht als ‘spaarproducten’. Het is ook mogelijk om vast te laten leggen dat u het kapitaal zult gebruiken om de hypotheek op uw woning af te lossen. Men spreekt dan van een Kapitaalverzekering Eigen Woning. Bij een lijfrenteverzekering bouwt u ook kapitaal op, maar u bent dan verplicht om dit te gebruiken om in de toekomst een ‘direct ingaande lijfrente’ aan te kopen bij een verzekeraar. Een lijfrente is een recht op periodieke uitkeringen. Meestal gaat het hier om een aanvulling op het (pre)pensioen.

4. Hoeveel beleggingsverzekeringen zijn er verkocht?

Nederlandse verzekeraars hebben sinds begin jaren ’90 naar schatting circa 6,5 miljoen beleggingsverzekeringen verkocht. Circa 4,1 miljoen huishoudens hebben één of meer van deze producten. In 2006 is er door polishouder gezamenlijk circa € 16 miljard (!) aan premie betaald op beleggingsverzekeringen. De kans is heel groot dat u er ook één of zelfs meer heeft.

Beleggingsverzekeringen waren in de jaren '90 zeer populair door de fiscale voordelen en het gunstige beursklimaat in die jaren. Hierdoor konden verzekeraars hun klanten in offertes en brochures hoge rendementen en uitkeringen voorspiegelen.

5. Heb ik ook een probleem met mijn polis?

U vraagt zich waarschijnlijk af of u ook geraakt wordt door de Woekerpolis Affaire. Die kans is vrij groot. Eerst dient u na te gaan of u ook een beleggingsverzekering heeft. Vervolgens kunt u (mede aan de hand van uw jaaroverzichten) vast stellen hoe de inleg op uw polis zich verhoudt tot de actuele waarde van de polis om een indruk te krijgen van het resultaat (tot dan toe) van uw polis en het gemaakte rendement.

6. Wat is er nu allemaal mis met beleggingsverzekeringen?

Kosten, kosten en nog eens kosten

Aan beleggingsverzekeringen zijn aanzienlijke kosten verbonden. Het gaat hierbij onder meer om fondskosten, aan- en verkoopkosten, provisies en andere afsluitkosten, administratie- en beheerkosten en risicopremies voor de afgesloten overlijdensrisicoverzekering en eventuele aanvullende dekkingen. Deze kosten worden in rekening worden gebracht door inhouding, verrekening of een combinatie van deze methoden. Bij inhouding worden de kosten direct ingehouden op uw bruto premie en wordt slechts het restant voor u belegd. Dit wordt het ‘beleggingsdeel’ genoemd. Bij verrekening wordt uw premie volledig belegd, maar worden periodiek beleggingen verkocht om de kosten te voldoen. Bij koersdaling worden deze dus met verlies verkocht. Ook zorgt deze methode voor hogere aankoop en verkoopkosten. Een combinatie komt ook voor. Dan worden bijvoorbeeld de transactiekosten en afsluitkosten direct ingehouden op uw premie en worden de overige kosten, zoals beheer- en administratiekosten, uit uw beleggingen gehaald. De meeste consumenten wisten niet hoe hoog de kosten van hun polis waren. Uiteraard hebben kosten een negatieve invloed op het netto rendement van uw polis.

Invloed van de kosten op het rendement

U moet eerst de kosten zien terug te verdienen met uw beleggingen, voordat u winst gaat maken. Hoe hoger de kosten, hoe kleiner de kans op een positief netto rendement. Daarnaast zorgen de kosten er voor dat uw kansen op een positief rendement verder afnemen indien u besluit om het kapitaal tussentijds op te nemen, om uw verzekering te beëindigen of om uw premie te verlagen of stop te zetten (‘premievrij maken’). De kosten blijven dan min of meer gelijk, terwijl uw inleg en de opbouw van uw kapitaal afnemen. De kosten gaan dan naar verhouding nog zwaarder drukken op uw inleg, en daarmee op uw rendement. Men zou kunnen zeggen dat een beleggingsverzekering een ‘mooi weer product’ is. Zolang de beurskoersen aanhoudend fors stijgen, heb je nog wel een redelijk rendement, maar als het tegenzit, duikt de klant heel snel in forse verliezen. Deze verliezen kunnen groter zijn dan bij een rechtstreekse belegging in dezelfde effecten met dezelfde looptijd, waarbij minder kosten in rekening worden gebracht en waarbij niet tussentijds beleggingen met verlies worden verkocht. Bovendien is het netto rendement van een beleggingspolis gedurende de eerste 10 jaar vaak meestal toch relatief laag of soms zelfs negatief vanwege de inhouding van de afsluitkosten. In veel gevallen behaalt de klant dan ook een hoger rendement als hij zijn inleg rechtstreeks spaart en belegt, vooral als de beleggingsresultaten veel minder goed zijn dan waarvan aan het begin werd uitgegaan.

Invloed kosten lange tijd onzichtbaar

De negatieve invloed van de kosten op het rendement is lange tijd onzichtbaar gebleven voor de consument. In de eerste plaats hebben veel consumenten gedurende de eerste jaren van de looptijd van hun polis helemaal geen overzichten ontvangen van de waarde van hun kapitaal. Hierdoor hadden zij geen zicht op de ontwikkeling van hun kapitaal. In de tweede plaats waren de koersstijgingen op de beurs tot 2001 vaak zo hoog, dat de kosten hier tegen wegvielen, in ieder geval in belangrijke mate. Door de combinatie van koersstijgingen én de periodieke premie inleg van de klant, nam het kapitaal in die jaren vrijwel altijd toe. Verzekeraars wezen in nieuwsbrieven op de fantastische prestaties van hun beleggingsfondsen. Dat de toename van het kapitaal soms vooral was toe te schrijven aan de eigen premie stortingen van de klant, werd meestal niet vermeld. Hierdoor hadden heel veel consumenten niet door dat het rendement op hun polis, ondanks de koersstijgingen, eigenlijk helemaal niet zo goed was, en in sommige gevallen zelfs ronduit slecht.

De eerste problemen tekenen zich af

Vanaf 2001 wordt dit anders. Door de malaise op de beurs werden de kosten niet meer terugverdiend met koersstijgingen, waardoor per saldo werd ingeteerd op het kapitaal. Zeker bij polissen waar het grootste deel van de kosten wordt verrekend met het kapitaal door tussentijdse verkoop van beleggingen, werd onevenredig zwaar op het kapitaal ingeteerd.

Gevolg: het kapitaal neemt sterk af, ondanks het feit dat de klant premie blijft betalen. Ook de prognoses voor het voorbeeldkapitaal op de einddatum van de polis, worden ieder jaar weer omlaag bijgesteld. Het verschil tussen het voorbeeldkapitaal in de offerte en de recentere prognoses is soms zeer groot. In een niet te verwaarlozen aantal gevallen is de polis zelfs op NIHIL gesteld, dat wil zeggen dat de klant nu al weet dat hij aan het einde van de looptijd (nagenoeg) niets gaat ontvangen. De klant is dan zijn volledige premie inleg kwijt.

7. Hoe is de Woekerpolis Affaire gestart?

Vertrouwelijk rapport AFM lekt uit

Eind september 2006 lekte een vertrouwelijk rapport van de financiële toezichthouder AFM uit naar de pers. Dit rapport had betrekking op een onderzoek van AFM bij 4 grote verzekeraars naar de structuur en de kosten van de door hen aangeboden beleggingsverzekeringen en de informatieverstrekking daarover aan de consument. De AFM is hierin zeer kritisch en noemt deze producten complex, ondoorzichtig en relatief duur en de informatieverstrekking onvolledig, ontoereikend en soms zelfs onjuist. Voorts concludeert de AFM dat een belangrijk deel van de premie inleg niet wordt belegd maar opgaat aan kosten. Hierover werden medio oktober 2006 vragen gesteld in de Tweede Kamer. De Minister van Financiën sloot zich aan bij de conclusies van de AFM.

Eerste claim tegen verzekeraars

De Verenging Consument & Geldzaken legde medio oktober 2006 als eerste consumentenorganisatie een claim neer bij het Verbond van Verzekeraars, de brancheorganisatie. Hierin riep VCG het Verbond op te komen tot een collectieve regeling ter compensatie van de polishouders. Het Verbond wilde niet op dit verzoek ingaan.

TROS Radar - de Woekerpolis Affaire gaat van start

Begin november 2006 maakte het TV programma TROS Radar duidelijk dat veel mensen met een beleggingsverzekering mogelijk ernstig worden gedupeerd. Radar bedacht de term ‘woekerpolis’ en ‘woekerpolis affaire’. Hiermee wordt verwezen naar de relatief hoge kosten van deze producten en de negatieve gevolgen daarvan voor de kapitaalsopbouw van de klant. De term ‘woekerpolis’ is vervolgens breed overgenomen door media, publiek en politiek. Vanaf dat moment staat de Woekerpolis hoog op de agenda van belangenorganisaties, het Ministerie van Financiën en de Haagse politiek. Eindelijk worden verzekeraars gedwongen om tekst en uitleg te geven over de kosten en risico’s van hun producten. Radar blijft de Woekerpolis Affaire nauwgezet volgen. Voor meer informatie over Radar kunt u terecht op de website www.trosradar.nl. U kunt zich daar ook aanmelden voor de Nieuwsbrief van Radar. In deze Nieuwsbrief staat allerlei informatie die voor u als consument van belang kan zijn. Niet alleen over financiële producten, maar ook over andere producten en diensten waar u als klant mee te maken kunt krijgen.

8. Voorkom verjaring

Om de mogelijkheid tot het verkrijgen van (additionele) schadevergoeding open te houden is het van belang dat u uw rechten niet laat verjaren, m.a.w. dat u aan de verzekeraar en/of tussenpersoon laat weten dat u zich het recht voorbehoudt om op de zaak terug te komen. Dat doet u door een stuitingsbrief aan uw verzekeraar en/of tussenpersoon te sturen. Voor een rechtsvordering tot schadevergoeding geldt in beginsel een verjaringstermijn van 5 jaar die aanvangt op de dag na de dag waarop de schuldeiser bekend is geworden met de schade en de aansprakelijke (rechts-)persoon. Voor een rechtsvordering tot ontbinding geldt eenzelfde verjaringstermijn die aanvangt na de dag waarop u met de tekortkoming in de nakoming bekend bent geworden. Voor een rechtsvordering gebaseerd op een beroep op dwaling of bedrog geldt een verjaringstermijn van 3 jaar. (N.b. een dwalingsvordering kan echter niet via WPC, maar uitsluitend individueel worden ingesteld en beoordeeld. Raadpleeg, indien u individueel tegen uw verzekeraar wilt optreden, een advocaat). Wanneer de verjaringstermijn gaat lopen dient van geval tot geval te worden beoordeeld. Dat is namelijk afhankelijk van de in te stellen rechtsvordering en de individuele feiten en omstandigheden. Indien voornoemde periode van 5 respectievelijk 3 jaren verstrijkt zonder dat (opnieuw) een stuitingsbrief wordt verzonden, verjaart de rechtsvordering. De weg naar de rechter staat dan in beginsel niet langer open. Laat u adviseren door een juridisch adviseur indien u een stuitingsbrief stuurt.